Een onwaarschijnlijk verhaal uit de lucht
Alfred Dellentash, een naam die in de jaren zeventig en tachtig in de schaduw van de muziekindustrie en de onderwereld zweefde, heeft onlangs zijn eerste uitgebreide interview gegeven sinds hij uit de gevangenis kwam. Wat begon als een privéjet‑verhuurbedrijf voor de superrijken, groeide al snel uit tot een complexe operatie waarbij rocksterren, Playboy‑modellen en zelfs de beruchte drugskartels van Pablo Escobar en de Gambino-familie een gemeenschappelijk podium deelden.
De start van een duizelingwekkende carrière
In de vroege twintigste levensjaren richtte Dellentash een luchtvaartonderneming op die drie Convair‑vliegtuigen, twee helikopters en zelfs een Boeing 707 omvatte. Deze vloot werd al snel de favoriete keus van legendarische acts zoals de Rolling Stones, KISS en de Grateful Dead. Terwijl de muzikale elite over de wolken zweefde, gebruikten Dellentash en zijn team dezelfde vliegtuigen om enorme hoeveelheden cocaïne van Colombia naar New York te smokkelen, een route die de mafiosi van de Gambino‑familie wijd openstelde.
Van jet‑mogul tot muziekmanager
Na de jaren ’80 verschoven de winden en transformeerde Dellentash zich tot manager van pop‑ en rockgroepen. Hij nam onder meer Meat Loaf en de Bay City Rollers onder zijn hoede, waarbij hij profiteerde van een netwerk dat zowel legale als illegale elementen omvatte. Zijn flamboyante levensstijl – Italiaanse schoenen, kleurrijke Hawaiiaanse overhemden en zelfs Playboy‑modellen die als bemanning dienden – trok de aandacht van de pers, maar bezorgde hem ook de nodige vijanden.
De val en de nasleep
In 1984 kwam de juridische muur van de Verenigde Staten tot stilstand: Dellentash werd aangeklaagd voor criminele samenzwering tot drugshandel. Met de hulp van advocaat Jack Dampf, die later lachte bij het horen van zijn naam, diende hij een straf uit die uiteindelijk 25 jaar duurde – maar hij zat slechts een vijfde daarvan achter de tralies. Speculaties over mogelijke verbindingen met D.B. Cooper, de CIA of zelfs 9/11 bloeiden op, maar de meeste bleven ruwe theorieën zonder bewijs.
Een ontmoeting in een autodealer
Vandaag, temidden van glanzende Japanse hybriden en gumball‑automaten, ontmoette ik de nu 66‑jarige Dellentash in een kille kantoortuin. Zijn verschijning was onmiskenbaar: een mustache, bril en de kenmerkende Hawaï‑shirt. Terwijl hij op een stapel verkooptrofeeën zat, vertelde hij over een incident waarbij hij een gewelddadige klant met een eenvoudige armwending uitschakelde – een anekdote die zijn mix van charme en gevaar onderstreept.
Hoewel Dellentash toegeeft dat zijn herinneringen als afzonderlijke compartimenten zijn opgeslagen, biedt dit interview een ongekende blik op een periode waarin de grenzen tussen entertainment, glorieuze extravagantie en georganiseerde misdaad bijna samensmolten.
Source: https://www.narratively.com/p/the-man-who-got-america-high-4ce